Op 25 augustus 1991, zo rond de middag, had ik een afspraak met de rockgeschiedenis. Kurt Cobain stond op 50 centimeter van me. Nirvana had net Pukkelpop geopend, de editie die The Pogues en The Ramones later die dag zouden afsluiten. Ik had Een Verantwoordelijkheid: ik maakte deel uit van de security ploeg en bewaakte de sluis tussen de artiesteningang en de wei. Pasjes controleren, opdringerige fans weren - dat soort dingen. Dat ik met aandacht het concert van Nirvana had gevolgd, zou grof gelogen zijn. Het was gewoon achtergrondlawaai - de wei moest nog wakker worden en de enkelingen die voor het podium stonden, gaven Nirvana hoogstens een beleefdheidsapplaus. Logisch ook, want het mythische Nevermind zou pas een maand later uitkomen.
Maar toen, even nadat Nirvana van het podium was gestapt, kwam mijn moment. Drie langharige kerels sloften uit het artiestendorp mijn richting uit. Ze toonden me beleefd hun pasje, waarna ze de wei opstapten om zich met het plebs te mengen. De sfeer was erg ontspannen, ik had ruim de tijd om vijf minuutjes met een van hen te babbelen. Praatte ik dan met Kurt Cobain? Neen, die liet ik lopen. Praatte ik dan met Dave Grohl? Neen, die liet ik lopen. Ik had een gesprekje met Krist Novolesic, de boomlange bassist die, in tegenstelling tot de andere twee, intussen al lang terug in de obscuriteit is verzeild. Ik had een afspraak met de rockgeschiedenis. Maar ik verknoeide het.
Grunge heeft me nooit veel gezegd. Ik heb bijvoorbeeld niks van Nirvana of Soundgarden in huis - en amper twee cd's van Pearl Jam. Voor Dave Grohl heb ik dan weer wel heel wat sympathie. Foo Fighters is fantastisch voor iedereen die harde gitaarrock genegen is. Een groep zonder oogkleppen, ook: van de band zijn leuke tot fantastische covers te vinden van Wings' Band on the Run, van Rafferty's Baker Street, van Prince's Darling Nikki én van It's Late - een vrij onbekend meesterwerkje van Queen en een van Brian Mays fijnste composities. Nog twee voorbeelden? Foo Fighters Grohl hield enkele jaren terug het met Grote Namen bezaaide pure metalproject Probot boven de doopvont. En Taylor Hawkins, de charismatische drummer van Foo Fighters, hoorde ik vorige week op youtube nog de loftrompet blazen over Rush ("hard progressive rock? Rush is number one - period") en over diens drummer Neil Peart ("the hands of God").
De nieuwe plaat Wasting Light is weerom een kopstoot van een plaat, vol straffe hooks, stevige riffs, gebalde songs. Nirvana-fans zullen het album ook als een soortement reunië zien: Butch Vig zat achter de knoppen en op één song komt Krist Novolesic - ja, hij! de man van Mijn Gesprekje! - bas spelen. Als tvdw kies ik voor het haatpamflet These Days. Zo'n song die mooi aansluit bij Julian Barnes (ja, ik ben nog steeds Trioloog aan het lezen) en diens cynische oneliner: "Liefde is een systeem om ervoor te zorgen dat iemand na het neuken Schat tegen je zegt."
Labels: Foo Fighters, Gerry Rafferty, Nirvana, Pogues, Prince, Ramones, Rush