Sunday, May 10, 2020

TVDW 10/05/2020 - Bohannon - Take the country to New York City (1981)


Klaar voor tvdw nummer... 800? Here we go.

Ik weet het, die lange kerel met zijn zeis hield lelijk huis. De toetsenist van de Stranglers liet het loodje, net als Florian Schneider, een van de stichtende leden van Kraftwerk, en Little Richard - de man die zo'n gigantische schaduw wierp op de moderne popmuziek. Natuurlijk heb ik mijn favoriete deuntjes bij elk van deze artiesten, maar persoonlijk deed het heengaan van Hamilton Bohannon me nog het meest. Ik vernam het eigenlijk per ongeluk. Ik poste een album van Bohannon op Instagram, waarop diens dochter reageerde. Een quick google leerde me dat Bohannon eind april stierf, in zijn geboortestad Atlanta. Daarop draaide en poste ik, als een klein eerbetoon, nog wat platen van Bohannon. Op een ervan, "Goin' for another one", staat Bohannon afgebeeld met zijn zoontje op de schoot. Ook die reageerde op mijn Instagram ("thank you, from that little guy on the cover"). Gek hoe social media je plots, heel even en heel oppervlakkig, wat dichter brengen bij de familie van je muzikale helden.

Bohannon startte als drummer bij Stevie Wonder, en zijn nadruk op percussie zou zijn handelsmerk worden. Bohannon's songs zijn meer grooves dan voldragen liedjes, ze zijn haast louter gebouwd op ritmes. Questlove van The Roots, toch niet van de minsten, roemde hem om zijn unmistakable 4 on the kick AND snare trademark. Persoonlijk heb ik de beste herinneringen aan Let's Start II Dance Again. Dat nummer was in feite een soort van remix van Let's Start The Dance, een song uit de seventies waarop een DJ uit Philadelphia, Perri Johnson, begon te rappen ("the message is in the Muuuusic"). Als jong broekje vond ik die combinatie weergaloos. En nu eigenlijk nog altijd.

Ik herinner me levendig hoe de song een oudejaarsfeestje bij mij thuis opvrolijkte. Van dat feestje moet je je trouwens niet te veel voorstellen: mijn beste vriend Peter en ik mochten voor het eerst alleen thuis blijven op oudejaarsnacht, wat er op neer kwam dat we met een cola en wat chips op mijn kamer zaten en plaatjes en cassettes draaiden. Waaronder dus ook the mighty Bohannon, de man die in hetzelfde jaar dat Let's Start II Dance Again uitkwam, bezongen werd door de Tom Tom Club in Genius of Love. De tvdw komt uit het album "Alive" en is zo'n trademark voortdenderende funkgroove.

Who needs to think when your feet just go
(bohannon, bohannon, bohannon, bohannon)
Who needs to think when your feet just go
(bohannon, bohannon, bohannon, bohannon)


Labels: , , ,

Tuesday, September 06, 2011

TVDW 04/09/2011 - The Seahorses - Love is the law (1997)



Ik dacht even dat ik droomde. Wat stond er op die onderste rij? D F P? Of F P E? Met de beste wil van de wereld kon ik het niet ontcijferen. Lijntje hoger, dan? Idem. Pas bij de derde rij wist ik de, nu iets grotere, letters te lezen. Overkwam dit mij wel echt? Ik, sinds jaar en dag een Arendsoog? Ja dus, zo knikte de arbeidsarts voorzichtig. Bij het naar huis rijden zong Tom Petty "the good old days / may not return". Wrijf het er maar in, Tom.

Over naar belangrijkere dingen dan maar? Vorige week kreeg het al te weinig bejubelde ambacht van de songschrijver wat aandacht, deze week dat van de producer. Focus op Tony Visconti, de Italo-Amerikaan met het indrukwekkende cv. Dit is de man achter Heroes van Bowie en Golden Brown van The Stranglers. De man die naast Bowie's Berlijn-trilogie in de jaren zeventig ook T-Rex, Iggy Pop, The Sparks, Wings én Thin Lizzy van een meesterlijke sound voorzag. En die de moderne tijd binnensloop met werk voor o.a. Morrissey, Prefab Sprout, Les Rita Mitsouko en Mercury Rev. Een summier maar boeiend carrièreoverzicht biedt de cd "The Record Producers: Tony Visconti". Hierop ook de tvdw, een stevige track van het post-Stone Roses groepje The Seahorses. Je hoort er echo's in van Paul Weller, Oasis, Kula Shaker en, helemaal aan het eind zelfs Queen.

Labels: , , , , , , , ,

Tuesday, June 14, 2011

TVDW 12/06/2011 - League Unlimited Orchestra - Do or die (1982)


De meest iconische eighties groep, The Human League, was ook een van de meest overschatte bands van dat decennium. Ik verklaar me nader: na twee albums verlieten Ware en Marsh het schip om Heaven 17 op te richten, een groep die een boeiender, zij het minder succesvolle, carrièreverloop zou kennen dan The League. Zonder hen was The Human League haast een lege doos: Phil Oakey mocht dan al de droom koesteren een elektronische versie van Abba te creëren; een instrument bespeelde hij niet - en de twee in der haast in een discotheek geronselde zangeresjes al evenmin. De groep zou in haar grillige carrière steeds moeten parasiteren op het talent van anderen. Voor "Human" trokken ze naar Minneapolis, waar Jam & Lewis hun van songs en sound voorzagen. En toen ze midden jaren negentig een zoveelste comeback forceerden met de single Tell Me When en bijhorende plaat "Octopus", was dat vooral dankzij de hulp van de toetsenist van Tears for Fears, die de plaat grotendeels bij elkaar schreef. Ja maar, er was toch "Dare", die mijlpaal in de popgeschiedenis? Inderdaad, maar dat succes kon op rekening worden geschreven van Martin Rushent, die vorige week overleed.

Rushent maakte school als producer. Zijn eerste hitsingle was Why Did You Do It, van Stretch), later volgden o.a The Buzzcocks en The Stranglers. Voor "Dare" kneedde hij de halve ideetjes van de groep tot echte songs en maakte een volledig elektronisch album - de gitarist van The Human League stond wat beteuterd te kijken toen slechts één gitaarpartij de plaat had gehaald (en dan nog aangestuurd via een synth). Het verhaal is intussen bekend: "Dare" werd, mede door de inventieve productie, een millionseller en Don't You Want Me (nota bene single nummer viér van Dare) bereikte de top in zowel Engeland als in de VS; het was trouwens de allereerste Amerikaanse nr. 1 hit die volledig met 'machines' was gemaakt. Er zijn wel meer leuke weetjes over Don't You Want Me: zo nam Rushent de vocals van Oakey bijvoorbeeld op in het toilet. Plus: de originele demo van het nummer was veel donkerder. Tot Rushent er zich mee ging bemoeien en het een catchy popsong werd... aanvankelijk tot ongenoegen van Oakey (tot hij het geld zag binnenrollen en van platenbaas Branson zelfs een motor cadeau kreeg).

Het ware genie van Rushent kwam één jaar na Dare naar boven. Toen trok hij zich op vraag van de platenfirma terug in zijn Genetic Sound Studios in Reading om er onder de naam League Unlimited Orchestra te werken aan "Love and Dancing". De flipside van de hoes staat hierboven afgebeeld, Rushent is de man linksonder. Voordien verliep het maken van een remix grosso modo steeds volgens hetzelfde procédé: de producer of remixer van dienst haalde alle schuivertjes van de song in kwestie naar beneden, startte dan met acht maten van de eerste drumpartij, dan acht van de tweede, dan acht van de bas, de gitaar etcetera... en tijdens de break werd dat truukje nog eens overgedaan. Resultaat: de single van 4 minuten werd een remix van 8 minuten. Niet zo op "Love and Dancing". Met het gros van de songs van Dare + het b-kantje Hard Times knipte en plakte Rushent dat het een lieve lust was. Uit de duizenden loops fabriceerde hij het eerste remix-album, die naam waardig.

Veel meer dan "Dare" was dit de plaat die me begeesterde. Net zoals Don't You Want Me nog steeds een van de 30 best verkochte singles ooit is, staat "Love and Dancing" ongetwijfeld in mijn ranking van 30 meest gedraaide albums. RIP Martin Rushent.

Labels: , , , ,

Tuesday, September 29, 2009

TVDW 27/09/2009 - The Jam - Going Underground (1980)



Normaal moest hier een tvdw uit de nieuwe Prefab Sprout staan, het was immers zowat de enige cd die ik vorige week beluisterde en de verwachtingen waren - màg het even - hooggespannen. Maar wat een ontzettende teleurstelling is die nieuwe "Let's change the world with music"! Bij sommige songs heb ik zelfs de skip toets gebruikt, kan je nagaan. En dat terwijl Steve McQueen een van mijn favoriete platen van de eighties is. Maar ergens along the way moet McAloon de focus zijn kwijtgeraakt, de nieuwe plaat is een opeenstapeling van suikerzoete bespiegelingen en archaische arrangementen. Tekstueel weet de man nog steeds hier en daar wel een mooie allegorie of metafoor te brengen - veelal gebruik makend van zijn geliefkoosde onderwerpen: de sterren, de engelen, de goden - maar verder: geen song die blijft hangen. Bij de schaarse nummers die beluisterbaar blijven, komt de hopeloos verouderde productie stokken in de wielen steken.

Afgelopen drie dagen werden opgesoupeerd aan een (kinderloze) city trip naar Londen. Tate Modern, Kensington Park, St. Paul's, uit eten bij de Indiër en de Koreaan, naar 'We Will Rock You' musical (10 x zo plezant als het laatste optreden van Queen in het Sportpaleis), Chinatown, Covent Garden, Portobello Road.... Veel bedrijvigheid, veel multiculti... de moeite. Vlakbij Buckingham Palace zwaaide William de Britse troonopvolger zelfs naar ons, toen hij, aan het stuur van zijn Audi en gegangmaakt door twee security wagens, uit een zijstraatje kwam en ons samen met een handvol andere innocent bystanders voorbijsnelde. Koop The Royalty Watcher!

Het was zowat de vijfde keer dat ik Londen was. De allereerste keer was ik achttien en trok ik op mijn eentje met de rugzak naar Engeland. Vleugels uitslaan enzovoort. Ik had mijn ietwat bezorgde ouders weliswaar kunnen overhalen om me te laten gaan, maar maakte toch een klein tactisch foutje. In plaats van ze na aankomst in de UK een geruststellend telefoontje te geven, startte ik meteen mijn kommerloze tocht, vrolijk van jeugdherberg tot jeugdherberg trekkend. Tot ik het na zowat zes, zeven dagen de moeite vond om, vanuit een phone booth op Leicester Square, een seintje te geven richting Limburg. Mijn doodongeruste moeder had intussen de politie en Interpol al ingeschakeld. Nu ik zelf in de categorie van ouders val, begrijp ik haar enigszins.

Een thematische tvdw lijkt me op zijn plaats. Tijdens de drie dagen Londen en het veelvuldige gebruik van de metro (stopplaatsen voor ons hotel: Barbican of Old Street), spookte de back catalogue van The Jam onwilllekeurig door mijn hoofd. In the City, Billy Hunt, That's Entertainment... God wat waren ze goed, deze troonopvolgers van The Who. Anderen dweepten met de jonge Joe Jackson of Costello, met de Sex Pistols, The Stranglers of The Clash - maar qua angry young men is The Jam toch altijd dé groep naar mijn hart geweest. En 'Going Underground' een van hun absolute klassiekers - ik ken weinig songs die zo'n hoogdringendheid uitstralen.


http://www.sendspace.com/file/n8xad1

Labels: , , , , ,