Toevallig hetzelfde verhaal als vorige week, really: met voorkennis noch verwachtingen naar een concert gaan (eens te meer via Hannes) en eens te meer volledig van mijn sokken worden geblazen. Bert Dockx en zijn groep Flying Horseman rijgen de positieve reviews aan elkaar, maar op de radio hoorde ik ze zelden of nooit. Ideaal om als het ware geblinddoekt in het universum van de groep te worden gegooid.
Daar waar de invloeden van de Belgische groep van vorige week erg duidelijk waren, was dit hier veel minder het geval. Flying Horseman brengt alleszins geen muziek die snel te vergelijken valt met andere Belgische bands. Hun erg gelaagde, sfeervolle songs deden me soms denken aan Japan of aan John Cale (luister naar Fever Room), soms zelfs aan David Byrne: diezelfde haast intellectuele benadering, diezelfde uitdaging voor de luisteraar. Dockx heeft een stemtimbre dat soms wat doet denken aan Bryan Ferry en dan weer aan dirk Blanchart. En muzikaal durft de band meer dan flirten met complexe prog rock structuren. Luister naar het zinderende, aan het eind in withete gloed verdwijnende Bright Light om te horen hoe de geest van Steven Wilson en Porcupine Tree in de muziek sluipt. Of luister hoe na zes minuten (!) Private Isle zich ontpopt tot een song die zowel Pink Floyd als My Life in the Bush of Ghosts in gedachten brengt. De songs die ik vernoem komen uit "Rooms/Ruins", het laatste album van Flying Horseman (en het eerste dat ik, de dag na het concert, op Spofity ontdekte). Ook de tvdw komt uit dat album. Het nummer start met Vampire Weekend-achtig getokkel maar mondt uit in een duistere, pulserende elektronische maalstroom. Absoluut wonderlijk.
Labels: Flying Horseman